Blog

Een harde klap…

Het tweede trimester vloog voorbij. Met 17 weken voelde ik de kleine al goed bewegen en met ongeveer 20 weken kon Mathijs het getrappel voor het eerst goed voelen. Wat een onbeschrijfelijk bijzonder gevoel! We waren het er allebei over eens dat we niet wilden weten of het een jongen of meisje was. Wel dacht ik een heel duidelijk gevoel te hebben: het is een meisje! In mijn hoofd kon het gewoon niet zo zijn dat het een jongen was. Wel zei ik er altijd bij dat ik mezelf echt zo’n persoon vond die er dan compleet naast zou zitten (wat ken ik mezelf toch goed…). En hoewel Joost, de verloskundige, zelf het geslacht niet wist na het maken van de echo, was Mathijs ervan overtuigd dat het een jongen was, want hij had ‘iets’ gezien. Dit zei hij natuurlijk pas toen we de praktijk uit liepen. Vanaf die avond was de volgende zin een soort slogan voor de verdere zwangerschap: ‘Als Joost het niet gezien heeft, heb jij het ook niet gezien!’. Toen Noah geboren was en Mathijs zijn gelijk kreeg, was hij er voor zichzelf helemaal zeker van dat hij het toen had gezien… Dus je snapt wel dat deze zin nog steeds wel eens herhaald wordt bij ons thuis.

 

Goed, genieten geblazen dus! Maar als er dan wat mis gaat, kan de klap nogal hard aankomen. Dit was in mijn geval letterlijk en figuurlijk.

 

Een ongeluk zit in een klein hoekje

Ik was ondertussen 34 weken zwanger en ging mijn laatste werkweek in voor mijn zwangerschapsverlof zou gaan starten. Ik werkte toen nog op een BSO. Dat betekende eerst de kinderen van school halen, wat lopend ging of met een stint. Voor degenen die niet weten wat een stint is: een stint is een segway met een bak ervoor waar ongeveer 10 kinderen in passen. Aangezien ik van het lopen last kreeg van bandenpijn, koos ik meestal voor de stint. Vorlijk ging ik op weg naar de school waar ik zijn moest. Ik kwam bij een rotonde en remde af voor de bocht. De rechter voorband kwam hierbij tegen de stoeprand aan en aangezien ik het stuur gedraaid had, kreeg ik het handvat recht in mijn buik. Bijna moest ik huilen, maar er kwam een soort waas over mij heen: ik moest nu de kinderen van school halen! Verward ging ik snel door naar de school en liep er naar binnen. De moeder van een meisje, dat ook op de BSO zat, stond in de hal te wachten. Toen ze vroeg  hoe het ging barstte ik in tranen uit. Ze nam me mee naar de keuken en vroeg wat er aan de hand was. Ik deed mijn verhaal en zij stelde voor dat het misschien een goed idee was om de verloskundigenpraktijk te bellen. Altijd heb ik mijn telefoon bij me, maar precies die middag niet (zwangerschapsbrein?). Gelukkig mocht ik bellen met haar telefoon en kreeg ik te horen dat ik kon komen voor een echo. Alsnog de kinderen naar de BSO gebracht en toen ik aankwam op mijn werk stonden mijn collega’s en leidinggevende mij al op te wachten. De ene collega nam gelijk de stint over en de ander had een glas water voor me klaar staan. Ook was dezelfde moeder met haar dochter naar de BSO gekomen om te kijken of het wel goed ging. Mijn leidinggevende nam me mee naar het kantoor en daar deed ik nog een keer mijn verhaal en kwam ik een beetje bij. Ik was met de fiets naar mijn werk gegaan en het leek hen geen goed idee dat ik alleen op de fiets naar de verloskundigenpraktijk zou gaan. De moeder heeft me toen met haar auto gebracht, superlief!

Op de echo zag alles er goed uit, maar ik werd wel doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een CTG. Mathijs had ik ook direct gebeld en hij zou gelijk naar huis komen. Daarna vliegensvlug in de auto richting het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Hier moesten we even wachten, maar al snel waren we aan de beurt. Ik werd aan de CTG gelegd en al gauw hoorden we de hartslag van onze uk. We dachten eigenlijk dat het een uur zou duren, maar we hoorden daar dat de procedure zo was dat ik 4 uur aan de CTG moest. Dat beloofde een lange avond te worden! Het was zo’n beetje etenstijd geworden en we kregen een heerlijke maaltijd voorgeschoteld door het personeel. Hier knapten we wel even van op. Bij mij werd er bloed geprikt om te kijken of er bloedcontact was geweest tussen mij en de baby. Dit bleek gelukkig niet het geval te zijn. Daarna bleef het een tijd rustig, maar dit veranderde gauw. De verpleegkundige kwam de kamer binnen lopen en wilde aan mijn buik voelen. Ze vroeg of ik last had van harde buiken. Ik had nergens last van zei ik en na een tijdje voelen liep ze weer weg. Ze was amper weg of ik begon een spanning op te merken in mijn buik. De harde buiken kwamen steeds sneller achter elkaar, duurden langer en begonnen ook zeer te doen. Een beetje bezorgd kwamen de verloskundige en verpleegkundige binnen om te zeggen dat het wel eens kon zijn dat mijn lichaam dacht dat de baby er al uit moest. Ze wilden het nog even aankijken, maar als het zo door zou blijven gaan zouden ze me iets geven wat de boel weer rustig moest krijgen. Ik besloot om even rond te lopen op de afdeling. Toen ik weer ging liggen namen de harde buiken gelukkig af!

Het gevoel van ‘veilig in mama’s buik’ was totaal verdwenen

Aan het einde van deze 4 uur kwam de gynaecoloog om een echo te maken. Op de echo zag hij 2 plekjes bij de placenta waarvan hij dacht dat het wel eens bloedinkjes konden zijn. Door dit gezien te hebben en de harde buiken van eerder, besloten ze dat ze mij een nachtje op de afdeling wilden houden. Mathijs is toen thuis spullen gaan halen voor mij, want helaas mocht Mathijs niet bij me blijven. Terwijl hij weg was moest ik een hele vragenlijst beantwoorden voor in hun systeem en kreeg ik nog wat lekkers te eten. Daarna kwam Mathijs met alle spullen, maar al snel ging hij weer naar huis aangezien het al erg laat was geworden. Daar lig je dan: alleen in een donkere kamer met een hoofd vol zorgen. Ik kan oprecht zeggen dat ik in mijn hele leven me nog nooit zo’n zorgen om iemand heb gemaakt. Ik was heel bang dat de kleine iets zou mankeren of pijn zou hebben na de harde klap. Die nacht sliep ik bijna niet, want ik wilde iedere beweging van de baby voelen. Wat was ik blij toen het weer licht werd!

 

Mathijs had de volgende dag vrij genomen en kwam ’s ochtends gelijk naar het ziekenhuis. Die dag kreeg ik nog 2 echo’s en een CTG van een half uur. Het volgde alleen niet echt op elkaar, waardoor we om 4 uur ’s middags pas thuis waren. Wat een rollercoaster was het! Eerst was ik heel blij dat we naar huis mochten, maar eenmaal thuis aangekomen wilde ik eigenlijk weer terug. Ik miste het geluid van Noah’s hartslag, want dat had me elke keer enorm gerust gesteld. De dagen erop was ik een lopende waterval. Het gevoel van ‘veilig in mama’s buik’ was totaal verdwenen. Het liefst wilde ik bevallen, zodat ik kon zien dat de baby in orde was en niks mankeerde. Na een aantal dagen durfde ik het er weer op te wagen om het huis uit te gaan. Dit ging heel klungelig en stuntelig, want overal zag ik opeens het gevaar van in. Ook ervoer ik een enorm schuldgevoel, maar ik wist dat dit onterecht was. Een gynaecoloog had namelijk de opmerking gemaakt dat ik maar niet meer ‘op zo’n karretje’ moest rijden. Maar dan vraag ik me af: wat mag je dan wel als zwangere vrouw? Mag je dan ook niet meer fietsen of auto rijden? Een ongeluk zit in een klein hoekje en op de fiets had ik ook kunnen vallen en het stuur in mijn buik kunnen krijgen. Het heeft een tijdje geduurd voordat ik me dit besefte. Na het ongeluk vroeg mijn leidinggevende wat ik ervan vond om per direct met zwangerschapsverlof te gaan. Eerst voelde dit heel raar, maar na het ziekenhuisgebeuren stemde ik hier graag mee in.

Tags  

Ook leuk om te lezen?

Geef een reactie